Voordracht Ingrid Blans

Voordracht door Ingrid Blans

Voordracht gehouden voor werkgroepleden en vrijwilligers, betrokken bij de 18e Kunst en Landschapsroute in Enschede en Lonneker op woensdag 11 april 2018.

Kunst, kunstroutes, kunstonderwijs, kunstbeleving… het ligt mij na aan het hart. Zonder notie van kunst, geen beschaving. Een samenleving bestaat uit individuen van velerlei pluimage, toegerust met een innerlijk kompas dat hen langs situaties moet leiden waarin zij de keus hebben de weg in te slaan naar verheffing of naar verderf. Kunst vervult daarin een rol. Kunst leert omgaan met onzekerheden…met niet-weten, met geen-antwoord hebben, met verwarring… Kunst leert kijken. Kunst werpt vragen op. Kunst leert onderzoeken. Kunst biedt geen oplossing, dat hoeft ook niet, maar kunst last een pauze in, leert je rustig nadenken over hóé je je éigen capaciteiten optimaal kunt inzetten. En kunst leert bescheiden zijn. 

In een interview noemt zelfstandig gevestigd wetenschapsjournalist Mark Mieras kunst “een noodzaak om te kunnen overleven in een veranderende wereld”. Wat mij betreft had hij óók mogen zeggen: in een verwarrende wereld. Mieras ziet een belangrijke rol weggelegd voor kunsteducatie binnen het onderwijs. Kunst noemt hij niet alleen leuk, maar ook belangrijk voor de hersenontwikkeling. Hoe eerder kinderen met kunst in aanraking komen, hoe fundamenteler de werking ervan invloed heeft op het zich ontwikkelende kinderbrein. Dat leuke van kunst pakt overigens niet altijd in het voordeel van de sector uit, het wordt maar al te vaak als diskwalificatie gezien in de zin van: het is leuk dus niet serieus. En daarom een makkelijke prooi voor bezuinigingen, zeg ik er maar even bij. Die redenering …leuk…niet serieus.. berust op een groot misverstand, aldus Mieras, want als leren leuk is, verraadt dat juist een serieus leerproces. Enthousiasme ziet hij als de motor achter de ontwikkeling van goede hersenen. Het houdt de hersenen wendbaar, flexibel en creatief. Hersenonderzoek toont volgens hem aan dat in het eerste levensjaar er per seconde 6 miljoen verbindingen worden aangelegd tussen hersencellen; ongebruikte verbindingen, zo’n 3 miljoen per seconde, worden weggesnoeid. Tegen de tijd dat jonge mensen pubers zijn, nemen de aantallen af. Zo construeren kinderen hun eigen brein in die jaren. “Je hersenen gaan naar je leven staan, zoals je schoenen naar je voeten”, verduidelijkt Mieras.

Zoiets als “kijken” bijvoorbeeld is complexer dan wordt gedacht. “Zien” is iets wat we moeten leren en kunstenaars léren ons beter zien door ons steeds op een andere manier te laten kijken naar de werkelijkheid. Aldus mijnheer Mieras, terug naar mijn eigen wijsheden. 

Economische waarden en kunstzinnige, creatieve waarden zouden communicerende vaten van elkaar moeten zijn; die opvatting zou ik graag wat meer willen tegenkomen bij onze overheden op alle niveau’s. De invloed van kunst op het bruto nationaal product bijvoorbeeld… knappe koppen bij het Centaal Plan Bureau zouden dat voor de aardigheid eens moeten doorrekenen. In die opvatting sta ik niet alleen. Kwam Robert Dijkgraaf er niet voor uit dat hij de kunstacademie heeft doorlopen en dat die opleiding van niet geringe invloed is geweest op zijn werk als theortisch natuurkundige? En ook theoretisch sterrenkundige Vincent Icke noemt zich in zijn CV beeldend kunstenaar. Beiden betogen dat de beeldende kunsten van groot belang zijn geweest voor hun ontplooiing als bèta-wetenschappers. 

Kunst is niet elitair…. onzindelijke geesten hangen aan kunst een elitair imago voor eigen gewin; kunst dient daarvan ontdaan te worden. Jullie begrijpen inmiddels dat ik de mening ben toegedaan dat de kunsten geïntegreerd dienen te worden in het menselijk bestaan. Dat ik vind dat niet vroeg genoeg in alle lagen van de samenleving met kijken naar kunst kan worden begonnen. Daarom is een kunstroute als de Kunst- en Landschapsroute ook zo belangrijk…voorbijgaand aan het vele maanden voorbereidende werk dat door een werkgroep van 12 kunstliefhebbers wordt verzet en het drie dagen lang uitvoerende werk door zo’n 60 vrijwilligers, komt zo’n route op de burger die hem gaat consumeren, over als een spontane alliantie tussen natuurbeleving, lichamelijk bewegen, saamhorige verbinding – met z’n allen op de fiets, dan vervuil je niets – en het kijken naar kunst. Als een eerste kennismaking met kunst zo ongedwongen kan zijn – en kunstonderwijs in het basis-onderwijs zou deze kennismaking tussen kind en kunst nog eens verdiepen – dan is er naar mijn mening in de toekomst kans op een samenleving waarin het niet nodig is om een bushokje aan gruzelementen te slaan of mensen te molesteren als je met een ongenoegen rondloopt. Ik weet dat als we vandaag met babies en peuters beginnen, het nog minstens 50 jaar duurt voordat het zover is. 

Ik ben op een leeftijd gekomen waarin omzien een langere periode omvat dan vooruit kijken. Mijn stelling over de wenselijkheid van kunstbeleving op al heel jonge leeftijd, zie ik – alsnog – in mijn eigen leven bevestigd. Ik schiet…nog steeds…vol positieve schoonheidsbeleving als ik huizen tegenkom uit de jaren ’20 en ’30 toen de Nieuwe Zakelijkheid in de architectuur een snelle opmars maakte, met voor die tijd de zo moderne stalen kozijnen. Hoe kom ik daarbij? Het moeten de bewonderende opmerkingen van mijn ouders zijn geweest tijdens de wandelingetjes in de eerste vijf jaar van mijn leven in en rondom Laren, over het nieuwe bouwen met toepassing van staal, glas en beton, die tot mijn kleine oren doordrongen. 

Mijn katholieke opvoeding was een vruchtbare bodem voor het verzamelen van “heilige plaatjes”, een veelvoorkomend fenomeen in katholieke gezinnen in de eerste helft van de 20e eeuw. De aandacht van mijn ouders, mijn  grootmoeder, mijn tante als ik weer een serie had kunnen uitbreiden… het dubbeltje dat ik in de vakantie opstreek, om in de religieuze boekhandel in Amsterdam zo’n plaatje met een papieren kanten rand te kunnen kopen…het bracht verrukking in de kinderziel. Een paar jaar later ging de belangstelling uit naar afbeeldingen van middeleeuwse madonna’s en nog iets later, ik zal tien geweest zijn, naar Rembrandt. Die Rembrandt-plakboeken heb ik nog. Mijn vader en mijn tante namen tijdens hun zakenreizen door Europa de moeite mij van kunstkaarten te voorzien; nu ik terugkijk, zie ik de onschatbare waarde daarvan in  voor een jong mens. 

Waarom deze ego-centrische verhandeling over de gedateerde kennismaking – want geen tv, dus ook geen kunstprogramma’s, geen snelle stedentrips om van internet nog maar niet eens te spreken – met de kunst in mijn jeugd? Gewoon, om mijn gelijk te halen. 

Ik heb het hier uitvoerig gehad over het belang van kunsteducatie voor jonge kinderen, maar hetzelfde geldt voor ouderen en mede-landers, die eerder niet met kunst in aanraking kwamen, ook voor hen is zo’n kunstroute een prachtige laagdrempelige kennismaking met verrassende, oogstrelende en soms ook irriterende kunstobjecten. 

Ik zou er wat om geven om jonge mensen die het geluk hebben gehad in hun vroege jeugd regelmatig kunsteducatie te hebben genoten of een museum van binnen zagen, later nog eens te kunnen spreken. In hoeverre heeft dat invloed gehad op de plaats die kunst en cultuur in hun latere leven innamen? Werd tóén de kiem gelegd en heeft die op de een of andere manier gevolgen gehad voor de weg die zij zijn gegaan? En werden ze er gelukkiger door? 

Ik durf te beweren dat geen van hen later het eerder genoemde bushokje in elkaar timmert. Tenminste, als jullie hier met die Kunst- en Landschapsroute nog lang genoeg doorgaan. 

Ingrid Blans, Enschede

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.